Hoe alles met alles samenhangt, en iedereen met iedereen verbonden is of raakt

“We willen hier allemaal écht contact en niet op afstand blijven!”


Vandaag is het 3 maart. We zitten in de Koepel met Monique Gijsman. Ze zet zich enorm voor de wijk in. Natuurlijk vanuit de Koepel, waar ze als bewoner én beroepskracht van Versa Welzijn actief is, maar ze start haar dag bijvoorbeeld al jarenlang bij koffiecorner Siësta. Met koffie, maar vooral met praatjes met buurtgenoten. Zo ontstond het idee voor de Buurtmobiel. Een idee dat op een positieve manier volledig uit de hand is gelopen. Monique vertelt hoe van het een, steeds het ander kwam en komt! Dat laat zich niet in een kort artikel vangen, dus we nemen er hier de tijd voor.   

Monique hoort bij Siësta wat de mensen bezighoudt. “Ouderen vertelden veel horrorverhalen over het Wmo-vervoer, waar ze uiteindelijk geen gebruik meer van maakten. In een aflevering van Brandpunt zag ik een jongen die een golfwagentje gebruikte om ouderen te helpen met korte ritjes naar de tandarts, de kapper en de dokter. Ik voelde dat ik daar iets mee moest.” Dat werd de Buurtmobiel. Het komt bij Monique recht uit het hart. Monique: “Iets slaagt alleen als er gevoel bij komt kijken. Als je geld wilt verdienen, de populairste buurtbewoner wilt worden of snel een probleem wilt oplossen, dan gaat het niet lukken. Dit gaat voor mij om ziel en zaligheid! Geloof me dat ik wel eens ben benaderd door mensen die tien karretjes wilden laten rijden om er geld mee te verdienen. Daar is het mij niet om te doen, mijn hart ligt gewoon bij de oudjes. Ik wil iets voor ze betekenen.”

Iedereen kan wel iets

De Buurtmobiel is een van de bewonersinitiatieven in Kerkelanden die laten zien dat buurten en groepen mensen functioneren als ecosystemen. Alles hangt met alles samen, iedereen is met iedereen verbonden of te verbinden. Hoe meer verbindingen, des te meer gebruik er kan worden gemaakt van wat bewoners elkaar te bieden hebben. Dan ontstaat er van alles, ook dingen die je niet van tevoren kunt verzinnen of plannen. Maar het stroomt ook: van het een, komt dan steeds weer het ander. Alles wat nodig is, is dat mensen elkaar ontmoeten, leren kennen en samen gaan doen wat ze leuk of belangrijk vinden. Dat gebeurt niet als een professionele projectleider iets voor bewoners verzint en doet, maar als bewoners zélf de leiding hebben. Vanuit hun eigen motivatie en ziel en zaligheid. Het verhaal van de Buurtmobiel is een schoolvoorbeeld van hoe dit in de praktijk werkt. Monique: “Bij de koffiecorner komen niet alleen ouderen een bakkie doen. Ik ontmoette er ook Rob die in de PR en reclame werkt. En Kitty die goed en gemakkelijk schrijft. Erik die bij de gemeente werkt en allerlei cijfers over de wijk goed op papier kan zetten. Waar de ouderen wonen bijvoorbeeld. Zelf heb ik vaak ideeën en dan zoek ik mensen die me verder kunnen helpen, vanuit wat zij goed kunnen en leuk vinden. We hebben aanvullende kwaliteiten, iedereen kan wel iets en samen kunnen we veel! We hebben die jongen met de golfkar bezocht, een plan geschreven en contact gezocht met de gemeente. Ze vonden het een goed idee en gaven ons startkapitaal voor de huur van de eerste kar.”

Werken aan vertrouwensrelaties

Dat was geen reden om achterover te leunen. Monique: “Ik benaderde winkeliers in de buurt, die wel wilden sponsoren. Vervolgens zochten we een vergaderruimte. Ik kende Marie José van Hilverzorg en vertelde haar over het project. Ze was direct enthousiast. We konden niet alleen vergaderen bij Nieuw Kerkelanden, maar ze koppelde ons aan haar collega Michiel. Die gaf aan dat Hilverzorg ook wilde sponsoren én hij stelde een ruimte beschikbaar voor telefonistes. Via de ondernemersvereniging in de wijk vonden we weer iemand bij wie we de eerste Buurtmobiel mochten stallen. En vanuit die vereniging ben ik ook met een winkelier in contact gekomen die sponsor voor het leven wilde worden. Ik kende hem eigenlijk al uit de kroeg en van de Siësta waar hij iedere zaterdagochtend zit. Hij ging met pensioen en sponsorde met 20.000 euro onze eerste eigen Buurtmobiel. De winkeliersvereniging van het winkelcentrum wilde onze verzekeringen wel betalen. We konden aan de slag!” Er kwam een website én er moesten vrijwillige telefonistes en chauffeurs worden geworven. Monique: “Voor de eerste groep heb ik geflyerd in de buurt. Ik stap ook echt op mensen af als ze bijvoorbeeld in hun voortuin zitten. Je moet er tijd in steken en het echt willen. Daarnaast ging er via ons vieren veel van mond-tot-mond. Mensen waren razend enthousiast. De wethouder opende de Buurtmobiel en ging mee met de eerste rit. Van meet af aan liep het storm. Je krijgt de ouderen mee als ze vertrouwen in je hebben. Dat lukt niet met een papieren plan. Ik was iedere dag in het verzorgingshuis, drink wekelijks koffie met ze bij de Siësta. Voor hen ben ik gewoon Monique!”

‘We hebben hier geen haast’

Het contact met en tussen de telefonistes en chauffeurs is voor Monique erg belangrijk. “Bij de chauffeurs let ik goed op de groepsdynamiek. Het zijn allemaal recht voor zijn raap-mannen. Handig, met een hart van goud en goed voor de ouderen. Dan heeft het geen zin om daar iemand bij te zetten die overal vraagtekens bij zet. De chauffeurs leiden elkaar op, bij de telefonistes is dat een vaste telefoniste. Ze koppelen hun bevindingen aan mij terug. Zeker bij de chauffeurs zien we altijd dat ze meer kunnen en willen dan alleen rijden. We zijn dus niet alleen bezig met ‘hoe krijgen we ze binnen’, maar ook met: ‘wat willen jullie hier in de Koepel allemaal verder nog doen en betekenen? En hoe kunnen we dat mogelijk maken?’ Een chauffeur is schilder, hij wil dan wel de muren in de Koepel schilderen. Een andere chauffeur is automonteur geweest en helpt als we een technisch probleem hebben. Weer een ander is timmerman, hij heeft de vogelkooi gemaakt. En dat hij er dan vier maanden over doet, maakt niets uit. We hebben hier geen haast. Een aantal chauffeurs en telefonistes zoekt elkaar ook in hun vrije tijd op. En er is ook regelmatig groepscontact. Dan hebben we een korte bespreking, over waar we tegenaan lopen, en daarna is het tijd voor leuke dingen, met wat lekkers erbij. Aan het einde van het jaar organiseren we het Muziekfeest voor ze.”

Niet vergaderen, maar doen

Naast de groep van vier die de Buurtmobiel startte, zijn er dus veel meer bewoners die het project dragen. Monique: “Neem Angelique. Zij deed in de Koepel de Kinderdisco. Toen de biljartgroep hier vertrok, vroeg ik haar of ze niet wat meer in het wijkcentrum wilde doen. En dat wilde ze! Ze doet nu bijvoorbeeld de planning en houdt de agenda bij. Ze zit ook bij het netwerk 12-16 en ik betrek haar bij allerlei dingen die we in de buurt doen. Andere dingen doe ik weer samen met andere bewoners. Ik houd niet van vergaderen, maar wil doorpakken. Angelique is net zo. We bespreken wat nodig is en dan gaan we weer aan de slag. En als er eens iets is, bespreek ik dat direct met mensen.”

Het blijft van bewoners

Af en toe maakt Monique, aanvullend op wat ze als bewoners allemaal zelf kunnen, gebruik van het professionele netwerk dat ze inmiddels heeft opgebouwd. “Toen we met de eerste Buurtmobiel problemen hadden met de accu, sprong Versa Welzijn in. En de contacten die zij weer met het Mr. Roelsefonds hebben, heb ik benut bij de aanschaf van de tweede Buurtmobiel. Ik merk dat het juist helpt als zo’n project, maar ook ons wijkcentrum, van bewoners blijft. Vanuit de Buurtmobiel leiden we bijvoorbeeld ook ouderen door naar het samen eten. Daar is het inmiddels hartstikke gezellig druk. Dat komt omdat de tijden dat professionals werken, hier niet leidend zijn. Je wordt gewoon ‘door ons’ ontvangen. We nemen alle tijd, en weten wie er het beste bij wie aan tafel zou kunnen zitten. We hebben contact met kinderen van de ouderen. En als ouderen uit Loosdrecht vertellen dat de bushalte voor hun verzorgingshuis is weggehaald, gaan mijn Buurtmobiel-radertjes weer draaien. Kan er een ondernemer of organisatie onze Buurtmobiel sponsoren, zodat wij de ouderen daar kunnen ophalen? Wij zitten allang vol, maar als ik deze verhalen dan hoor, maken we maar weer een uitzondering.”

Omkijken naar elkaar

De Buurtmobiel is niet alleen belangrijk voor de zelfregie en onafhankelijkheid van de ouderen. De chauffeurs kijken ook naar hun buurtgenoten om. Monique: “Als een chauffeur iemand ophaalt die steeds hetzelfde shirt aanheeft, met steeds meer vlekken, dan kijkt hij even naar binnen. Als hij dan veel kranten en post in de hal ziet liggen en denkt dat er meer speelt, vraagt hij de passagier of Hilverzorg contact mag opnemen. Omdat ze bekenden van elkaar zijn, buurtgenoten, is er geen drempel om zoiets te vragen. De bewoner in kwestie geeft dan ook gemakkelijker toestemming. Er ontstaat in sociaal opzicht echt iets tussen de chauffeurs en de passagiers. Daarnaast mogen mensen ons altijd bellen als ze ergens mee zitten. We kennen hier bij het wijkcentrum mensen met allerlei kwaliteiten. Als er bij een bewoner iets met de tuin moet gebeuren, weet ik dat hier twee tuinmannen rondlopen. En er wordt gemakkelijker iets voor elkaar gedaan, omdat die bewoner een van de tuinmannen bijvoorbeeld weer kent van het sjoelen.”

Oprechte interesse

Monique zit vol voorbeelden van hoe dit werkt. Ze deelt er nog eentje. “Neem Carla. Haar vader komt hier eten. In gesprek met Carla blijkt dat ze graag kookt. Nou, kom dat dan maar hier doen! En dat doet ze hier nu regelmatig met haar dochter. Carla blijkt dan weer een kennis te hebben met een bootje op de Vinkeveense plassen. Nu gaan we met onze Buurtmobiel on tour niet alleen meer naar de Intratuin, maar ook lekker varen met de ouderen!” Alles draait om oprechte interesse in wat iedereen te bieden heeft. Want dat is nogal wat!  Monique noemt het ‘doorvragen’. “Als mannen in het Repair House de fiets van mijn zoon maken, vraag ik ze erna of ze ook een Riksja kunnen maken van een bakfiets. Natuurlijk kunnen ze dat! Alles wat ik voor ogen had, konden zij realiseren. Behalve lassen. Maar dat bleek een andere man, die hier gewoon een keer binnenliep, weer te kunnen.”

De gemeenschap als regenwoud

Dit artikel is zo lang, omdat Monique zo feilloos duidelijk kan maken hoe ‘Van het een, komt het ander’ werkt. Maar ook hoe weinig ‘professionele’ energie ervoor nodig is om dit ecosysteem aan de gang te houden. De gemeenschap waar Monique onderdeel van is, is een regenwoud, waar veel soorten samen een rijk systeem maken. En geen akker met alleen maar dezelfde soort bomen, waar iedere boom afzonderlijk van buitenaf moet worden verzorgd. Want daarop ontwikkelt zich niets cyclisch. Daar is steeds energie van buiten nodig. In Kerkelanden gaat veel ogenschijnlijk ‘vanzelf’. Monique: “De ene doet dit, de ander gaat daar heen, weer een ander wil graag een bepaalde taak en dan is er nog iemand die weer iets anders kan. Het is geweldig. We hebben bijvoorbeeld een chauffeur die een dag per week ritjes maakt. Ze zit verder ziek thuis. Die leeft helemaal naar die dag toe. ’s Avonds eet ze hier dan mee en blijkt ze een zangtalent te zijn. En zingt ze hier ineens. Ze was in het begin bang om de weg op te gaan en dan blijkt chauffeur Piet rijinstructeur te zijn geweest. Nu rijdt hij ’s avonds met haar en daarna eet ze bij Piet en zijn vrouw Henny mee. Zo komt ze er langzaam weer bovenop, ze vindt het geweldig met de ouderen.”

Echt contact

De gemeenschap rondom de Buurtmobiel is een levend ding, een rijk systeem, waarin alle energie zijn weg vindt. Er komt van alles bij, er gaat van alles af. Terwijl we zitten te praten, komt chauffeur Piet binnen. Monique: “Henny en Piet stonden voor De Koepel samen naar de poster te kijken waarop we chauffeurs en telefonistes zochten. Wij stapten direct op ze af. Telefonistes hadden we inmiddels genoeg, maar voor chauffeurs en barmensen hadden we nog plek. Piet vond het chauffeuren direct geweldig. En aangezien ze alles samen doen, moest Henny ook wat doen. Zij staat nu op woensdag en vrijdag achter de bar en kookt regelmatig mee. Piet zegt steeds dat hij dit veel eerder had moeten doen. De ouderen missen hem ook als hij er niet is. Tijdens een crematie laatst werd hij ook genoemd. ‘Dank voor de goede zorgen, ze keek altijd erg naar de ritjes uit.’ Piet heeft het daar wel eens moeilijk mee. Dan gaan we naast hem staan, dan voelt hij zich ook weer gedragen. Je krijgt namelijk een band met de ouderen, maar die gaan wel dood. Wij willen hier wel allemaal écht contact en niet op afstand blijven. Zoals bij een vrouw die ernstig ziek is. Als er hier soep over is, breng ik dat bij haar langs. Dan blijf ik daar even hangen en krijg ik een bedankappje van haar dochter.”

Opendoen voor de buurvrouw

Inmiddels rijdt de Buurtmobiel met drie wagens. Daarnaast is er dus nog Buurtmobiel on Tour, met uitjes naar de Intratuin, de markt en de boot op de Vinkeveense plassen. Monique: “Op iedere plek in de buurt doen we iets anders om de bewoners op al deze activiteiten te attenderen en ze in beweging te krijgen. We flyeren bij de torens bij Hilverzorg, we hangen posters op in de Zeverijn-flats en benutten alle mensen die al meedoen: ‘vraag je buurman of buurvrouw een keer mee, gezellig!’ Maar bij de laagbouw bellen we bijvoorbeeld ook aan. Dat doe ik niet alleen, daar neem ik iemand mee die bekend is bij deze mensen. Iemand zoals Corrie. Als zij meeloopt, doen de bewoners open. Omdat je voor de buurvrouw nou eenmaal opendoet! Op ieder hofje ken ik zo wel iemand, die neem ik dan mee. Mensen die lichtelijk vereenzamen doen namelijk niks met een flyer of poster. Die durven de stap zelf niet te zetten. Daar heb je een bekend gezicht bij nodig!” (meer hierover lees je in binnenkort in editie 6 van De Collectie Kerkelanden: Gemeenschapsontwikkeling vergroot de efficiency van de zorg)

Elkaar kennen

Vanuit verbindingen en verbondenheid regelt Monique ook de financiën voor alles wat er gebeurt. “Ik lul veel bij elkaar. Zo ken ik bewoner Denise al heel lang. Zij kent weer mensen in de fondsenwerving. Die club wilde best fondsaanvragen voor ons doen, maar ze hadden zelf ook een potje geld dat maar niet uitgegeven kon worden. Ze werden gek van de formulieren die ze voor die fondsaanvragen moesten invullen en besloten toen hun eigen potje geld te doneren en de derde kar te sponsoren! Van de fooienpot kopen we weer cadeaukaarten voor de chauffeurs en telefonistes en betalen we het jaarlijkse Muziekfeest. En van de flessenbonnetjes bij de Albert Heijn kopen we nieuwe banden voor de wagens. En we krijgen wel eens spontane donaties van bewoners. Zo redden we het prima met z’n allen!”